In WeFact kun je datumvariabelen gebruiken om automatisch een maand, week, kwartaal of jaar op je factuur te tonen.
Let op! De variabelen worden ingevuld op basis van de factuurdatum.
Maak je een conceptfactuur aan? Dan worden de variabelen tijdelijk ingevuld op basis van de datum waarop je de conceptfactuur aanmaakt of bewerkt. Zodra de factuur definitief wordt gemaakt, worden de variabelen opnieuw berekend op basis van de factuurdatum.
Waar kun je de datumvariabelen gebruiken?
Je kunt datumvariabelen gebruiken in:
het referentieveld;
de omschrijving van factuurregels;
e-mailsjablonen bij het verzenden van facturen.
Wanneer je de factuur aanmaakt of verzendt, vervangt WeFact de variabele automatisch door de juiste datum.
Voorbeeld:
Je typt: Huurkosten appartement [factuur_deze_maand_lang] [factuur_dit_jaar]

Hieronder zie je het resultaat bij factuurdatum 10 november 2025.

Standaard datumvariabelen
Met standaardvariabelen gebruik je vaste periodes, zoals deze maand, vorige maand of volgend jaar.
Variabelen | Resultaat bij factuurdatum | Betekenis |
|---|---|---|
[factuur_vorige_maand] | 09 | Vorige maand (kort) |
[factuur_vorige_maand_lang] | september | Vorige maand (lang) |
[factuur_vorig_kwartaal] | 3 | Vorig kwartaal |
[factuur_vorige_week] | 39 | Vorige week |
[factuur_vorige_jaar] | 2024 | Vorig jaar |
[factuur_deze_dag] | 01 | Dag van de maand |
[factuur_deze_maand] | 10 | Deze maand (kort) |
[factuur_deze_maand_lang] | oktober | Deze maand (lang) |
[factuur_dit_kwartaal] | 4 | Dit kwartaal |
[factuur_deze_week] | 40 | Deze week |
[factuur_dit_jaar] | 2025 | Dit jaar |
[factuur_volgende_maand] | 11 | Volgende maand (kort) |
[factuur_volgende_maand_lang] | november | Volgende maand (lang) |
[factuur_volgend_kwartaal] | 1 | Volgend kwartaal |
[factuur_volgende_week] | 41 | Volgende week |
[factuur_volgend_jaar] | 2026 | Volgend jaar |
Geavanceerde datumvariabelen
Wil je zelf bepalen hoeveel dagen, weken, maanden of jaren WeFact vooruit of terug moet rekenen? Dan gebruik je een geavanceerde datumvariabele.
Een geavanceerde datumvariabele bestaat uit 3 onderdelen:
Gebruik een plus (+) om een datum in de toekomst weer te geven, of een min (-) om terug te rekenen.
Daarna geef je aan hoeveel dagen, weken, maanden of jaren je wilt optellen of aftrekken, gevolgd door de periode: DAY, WEEK, MONTH of YEAR.
Het getal en de periode plaats je direct achter het plusteken of minteken, bijvoorbeeld [+10DAY:…] of [-1YEAR:…]Na een dubbele punt (:) bepaal je hoe de datum wordt weergegeven met één of meerdere letters.
Letter | Uitleg | Voorbeeld |
|---|---|---|
d | Dag van de maand (met voorloopnul) | 01 |
j | Dag van de maand (zonder voorloopnul) | 1 |
W | Weeknummer | 40 |
F | Maand (lang) | oktober |
m | Maand als getal (met voorloopnul) | 10 |
n | Maand als getal (zonder voorloopnul) | 10 |
y | Jaar met twee cijfers | 25 |
Y | Jaar met vier cijfers | 2025 |
Voorbeelden met factuurdatum: 01-10-2025.
Variabele | Resultaat | Uitleg |
|---|---|---|
[+4WEEK:d-m-Y] | 29-10-2025 | 4 weken na factuurdatum |
[-1YEAR:d F y] | 01 oktober 24 | 1 jaar vóór factuurdatum |
[+3MONTH:m] | 01 | Maandnummer van 3 maanden later (januari) |